Business, ISDS
Leave a comment

Total sleept Uganda voor Wereldbank om belasting

De minister van Financiën uit Uganda, Ezra Suruma, houdt in 2006 vast de koffer met de nationale begroting van dat jaar vast. In 2006 werd er voor het eerst olie gevonden in Uganda.


Verhaal

Total wil geen belasting betalen over een olieproject in Uganda, en heeft de zaak voor de Wereldbank gebracht. Dat is mogelijk door een verdrag dat Uganda met Nederland heeft getekend.

Nu is ook Uganda toegetreden tot de club van landen die zich afvragen waarom ze ooit investeringsverdragen hebben getekend.

Eerder dit jaar diende het Franse oliebedrijf Total een claim tegen Uganda in bij het arbitragehof van de Wereldbank. Arbitrage is een soort geprivatiseerde rechtspraak. Beide partijen kiezen een scheidsrechter, meestal een topadvocaat, en die kiezen samen nog een derde. Hun oordeel is bindend. De zaak is een voorbeeld van ISDS, oftewel Investor-State Dispute Settlement, dat in Europa onder vuur ligt.

Het is een nieuw obstakel in het frustrerende proces van Uganda om de olie in de grond om te zetten in klinkende munt.

Vredig

Geologen in dienst van de overheid schatten de oliereserves van Uganda op 6,5 miljard vaten. De helft daarvan bevindt zich onder de Murchison Falls, een beroemd nationaal park, dat bekend is om zijn wilde dieren. De putten hebben exotische namen gekregen, zoals Crocodile, Buffalo en Giraffe.

De vredige namen staan in schril contrast met de bittere discussies over de olie. De commerciële productie blijft maar uitgesteld worden, door geschillen met oliebedrijven over belastingregels en ontwikkelingsplannen. Nu is het de Franse firma Total die geen belasting wil betalen. Het kocht een aandeel van 33 procent in een project van Tullow Oil van bijna 3 miljard dollar. Volgens de Ugandese wet moet daar dan een zogenaamde ‘stamp duty’ over betaald worden.

Total weigert dat. Volgens de firma is het daar niet toe verplicht. Total heeft niet bekendgemaakt om hoeveel geld het gaat en waarom het tegen de heffing is. Een bron bij de belastingdienst heeft eerder tegen Reuters verteld dat de olieconcessie, de zogenaamde Production Sharing Agreement (PSA), een vrijstelling bevat.

Geheim

Vanaf hun kantoor in het acht verdiepingen tellende glazen gebouw, midden in de weelderige, dure buurt Nakasero, in de hoofdstad Kampala, vertelt Ahlem Friga-Noy, de Corporate Affairs Manager van Total, dat ze vanwege de vertrouwelijkheid van het onderwerp “niet in de positie is om verder commentaar te geven op de procedure”.

Dat is ook wat het kantoor van de procureur-generaal van Uganda meldt: “We zijn verplicht om de inhoud van het geschil niet bekend te maken aan het publiek totdat dat gepast is.”

De geheimhouding is een van de kernproblemen van arbitrage. In een rechtszaal hebben alle betrokken partijen en belanghebbenden recht om in te spreken, of op zijn minst de verklaringen te horen. Een arbitrageprocedure daarentegen is besloten. Niemand is verplicht om te vertellen wat er gebeurt. Heeft de overheid werkelijk slecht gehandeld? Of is het het bedrijf dat arbitrage misbruikt als pressiemiddel om onder belasting uit te komen? Het publiek tast volledig in het duister, totdat de uiteindelijke uitspraak van het tribunaal bekend wordt gemaakt. Zelfs uitspraken worden soms geheimgehouden, al kan het een boete van vele miljoenen zijn.

Brievenbus

Het probleem van Uganda komt voort uit het Bilaterale Investeringsverdrag dat het land in 2000 met Nederland heeft getekend. Volgens dit verdrag mogen Nederlandse investeerders Uganda voor een tribunaal dagen als ze zich verkeerd behandeld voelen. Ook Total heeft een brievenbus in Nederland gevestigd. Dit heet de Dutch sandwich: stop een Nederlands bedrijfje in de bedrijfsketen en ga voortaan door voor Nederlandse investeerder.

Het geeft multinationals de kans om ontwikkelingslanden voor een tribunaal te slepen, bestaande uit drie mannen in Washington, met een achtergrond in het commerciële investeringsrecht, en de bevoegdheid om boetes van soms miljarden dollars te geven. Er is geen beroepsmogelijkheid. Als Uganda schuldig wordt bevonden, moet het betalen. Anders heeft Total het recht om beslag te leggen op Ugandese bezittingen in het buitenland.

Tegen de Ugandese wet

Dit is tegen de Ugandese wet, zegt de bekende mensenrechtenadvocaat Isaac Ssemakadde. “Volgens de grondwet is de belastingheffing volledig een zaak van de wet van de staat.” Dat betekent dat geschillen alleen op basis van die wet kunnen worden beslecht. “Zelfs een akkoord tussen partijen kan niet uitstijgen boven de verplichting die vastligt in de wet. Er is daarom geen ruimte voor arbitrage over belasting”, aldus Ssemakadde.

Dat gold ook voor een eerder belastinggeschil met Heritage Oil – dat zich overigens niet beriep op een investeringsverdrag, maar puur op een contract. “In die zaak heeft het Hooggerechtshof de staat verboden om de procedure te verleggen naar arbitrageprocessen in Londen of waar dan ook buiten de jurisdictie van de Ugandese rechtspraak”, zegt Ssemakadde.

Kortom, “Total wordt anders behandeld dan anderen, wat een schending is van artikel 21 van de Ugandese grondwet, dat zegt dat alle personen gelijk zijn voor en onder de wet.”

Niemand kan de claims van Total over beloofde vrijstelling controleren, want Product Sharing Agreements zijn vertrouwelijk. Ondanks de Wet Openbaarheid Bestuur die Uganda al sinds 2005 heeft. Dat belemmert een goede discussie en beperkt de kennis over de afspraken over olie tot de hoge politici en bestuurders. De gewone Ugandees blijft in het duister tasten.

De geheimhouding is niet alleen gunstig voor de oliebedrijven, maar ook voor bepaalde politici, die lijken te proberen de olieopbrengsten via hun persoon te laten lopen. Zo vertelde de Ugandese president Yoweri Museveni onlangs aan zijn volk dat de mensen die hem politiek uitdagen bij de verkiezingen “achter mijn olie aanzitten”.

Dreigement

Een nieuwe interactieve kaart van Nederlandse journalisten, met daarop alle bekende ISDS-zaken die ooit zijn gevoerd, laat zien dat het vooral ontwikkelingslanden zijn die ISDS-zaken verliezen. De claims komen vooral uit Noord-Amerika en West-Europa. Soms hebben overheden zich duidelijk misdragen tegen een investeerder. Maar vaak lijkt het eerder een manier voor multinationals om overheden onder druk te zetten om een bepaalde belasting of wetgeving in te trekken. Volgens ingewijden wordt ISDS, ook als het niet tot een zaak komt, gebruikt als dreigement in de onderhandelingen. Alleen al de kosten voor een procedure bedragen al 8 miljoen dollar gemiddeld, heeft de OESO becijferd.

Voor advocaten en ook voor de arbiters die rechtspreken is arbitrage simpelweg een effectieve methode om het recht in de wereld te verbreiden. “Ik ben blij dat er arbitrage is”, zegt een Nederlands investeringsadvocaat. Er zijn zoveel bananenrepublieken in de wereld. En waarom klagen ze? Ze hebben zelf investeringsverdragen getekend.”

“Uiteindelijk is het de gewone Ugandese belastingbetaler die moet opdraaien voor de enorme sommen geld die aan dit arbitrageproces worden besteed”, zegt Ssemakadde. “Terwijl Total de middelen heeft om er een bepaald aantal advocaten in Washington op te zetten voor, zeg, een maand, kan Uganda dat amper ophoesten.”

Totdat het publiek de olie, en de verdragen die de regering tekent, ziet als haar eigen bezit, en niet dat van bepaalde personen, zullen bedrijven als Total de staat blijven meeslepen in dure arbitragezaken, die worden betaald door de Ugandese bevolking, de werkelijke eigenaars van de natuurlijke hulpbronnen.

Terug naar boven
Terug naar homepage
Lees ook:
Hoe klaag je een land aan?
Nederland is spil in ISDS-systeem

ISDS Homepage

Kaart

Database

Over ons

Er wordt veel beweerd over investeringsarbitrage, oftewel ISDS, zowel door voorstanders als tegenstanders. Maar een duidelijk overzicht van welke claims er werkelijk worden gedaan, en tot welke boetes die leiden, is bijna niet te krijgen. Daarom hebben wij dit project opgezet. Het doel: de wereld van ISDS in kaart brengen, in cijfers en in verhalen. Daarbij willen we dieper ingaan op een paar van de zaken, om te zien wat het betekent voor ontwikkelingslanden.

Het onderzoek wordt gesteund door het Innovation in Development Reporting Grant-programma van het European Journalism Centre, mogelijk gemaakt door de Bill & Melinda Gates Foundation. Partners zijn De Groene Amsterdammer, OneWorld en Inter Press Service. Lees hier de beschrijving van het project.

Het onderzoek is gedaan door de journalisten Frank Mulder en Eva Schram. Dataonderzoek door Adriana Homolova. Aanvullend veldonderzoek is gedaan door Edward Ronald Sekyewa in Uganda en Mitchell van de Klundert in Genève.

De lijst met arbitragezaken is gebaseerd op een lijst van UNCTAD (eind 2014), aangevuld met zaken die door IAReporter na die tijd (tot augustus 2015) zijn onthuld. Details over al deze zaken hebben we uit de IAReporter, databases van academici, websites van arbitrage-instellingen, een archiefkopie van een oude UNCTAD-website, een lijst van een advocaat, een lijst van een Poolse ambtenaar die we in een niet-beveiligde map vonden, een academisch archief met alle openbare documenten over arbitrage (Italaw), een onderzoek van een Amerikaanse ngo, en verschillende jaaroverzichten van het tijdschrift The American Lawyer. Daarnaast hebben we vier maanden lang gesproken met arbiters, advocaten, beleggers, academici en ambtenaren, inclusief vertegenwoordigers van landen die zich benadeeld voelen, zoals Venezuela, Zuid-Afrika en Indonesië.

Onze artikelen zijn gepubliceerd door De Groene Amsterdammer, Oneworld, Inter Press Service, The New Internationalist, Der Spiegel Online, Basta Magazine France en nog meer media, in verschillende talen. Voor de volledige lijst publicaties, zie hier.

Ons onderzoek is genomineerd voor de Loep 2016, de jaarlijkse prijs voor de beste onderzoeksjournalistiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *